Dingspel

Een dingspel is een voormalig rechtsgebied van de provincie Drenthe, of zoals toen werd genoemd: de Landschap Drenthe. De naam komt van ding, de rechtszitting die tot 1580 drie maal per jaar gehouden werd onder de hoogste functionaris van de bisschop van bisdom Utrecht. De dingspelen vaardigden elk vier etten af naar de etstoel, die samen met de Landschap bestuurden en er recht spraken. Vanaf 1603 vormde het college van drost en gedeputeerden (Gedeputeerde Staten) het bestuur van Drenthe.

Drenthe bestond uit zes dingspelen. Dit aantal komt overeen met de zes sterren in de vlag van Drenthe. De dingspelen zijn weer onderverdeeld in kerspelen. Overigens wordt aangenomen dat de zes dingspelen ontstaan zijn uit drie. De naam Drenthe verwijst naar het getal drie.

Het Dingspel Zuidenveld is onderverdeeld in de kerspelen Sleen, Dalen, Emmen, Odoorn, Oosterhesselen, Coevorden, Schoonebeek en Zweeloo. De anderen dingspelen zijn Middenveld (of Beilerdingspel), Dieverderdingspel, Rolderdingspel, Noordenveld en Oostermoer. Verder bestond Drenthe uit vier heerlijkheden, die buiten de dingspelen vielen, namelijk: Coevorden, Ruinen, Echten en Hoogersmilde. De latere gemeente Assen viel onder Rolde, de Wijk onder Diever. Het kerspel Zuidwolde behoorde eerst tot Ruinen en later, met een deel van Hoogeveen, tot Coevorden. In de Franse tijd werden de dingspelen opgeheven.

Kerspel

Een kerspel (ook: karspel of kerspil) is de middelnederlandse benaming voor een kerkgemeente of parochie. Het kerspel maakte als territorium van een parochie of kerkelijke gemeente van oudsher deel uit van de kerkelijke organisatie van een bisdom. De grenzen dateerden veelal uit de 11e of 12e eeuw. Door bevolkingsgroei en ontginning van woeste gronden of door splitsing werden deze grenzen gewijzigd. Na de reformatie kwam het bij de protestants geworden parochies ook tot grenswijzigingen. Voor de zielzorg van de parochianen alsmede het verrichten van religieuze handelingen in de kerspel was dit het domein van de parochiepriester of kapelaan. Omdat de grenzen van een kerspel meestal samenvielen met die van het richterambt of schoutambt wordt het woord kerspel ook wel eens als synoniem voor deze gebruikt.

Vanaf de zestiende eeuw begon men het begrip kerspel steeds meer te gebruiken om de bestuurlijke eenheid aan te geven die vanaf de Bataafse Revolutie 1795 de burgerlijke gemeente zou gaan vormen. Soms zijn bij de vorming van de gemeenten kerspelen samengevoegd tot een gemeente.

In geografische namen is het begrip veelvuldig aanwezig. Zo was het gebied rond de stad Zwolle tot 1967 een zelfstandige gemeente onder de naam Zwollerkerspel en bestond tot 1966 ten zuiden van Weesp de gemeente Weesperkarspel. Ook de namen van de gemeentes Achtkarspelen (Friesland) en Harenkarspel (Noord-Holland) en de Noord-Hollandse plaatsen Bovenkarspel, Hoogkarspel, Oudkarspel en Sijbekarspel verwijzen nog naar de kerkelijke geschiedenis. Soms ook valt een kerspel onder de parochie van een plaats terwijl het gelegen is in een andere gemeente. Zo was Kerspel Goor een onderdeel van de gemeente Markelo maar vielen de gelovigen onder de parochie van Goor.

Streekaanduidingen voor het gebied dat samenviel met het kerspel of dat het niveau boven of onder het kerspel vormde: Ambacht, (boer)marke, buurschap of boerschap, grietenij, kluft, schultambt/schoutambt.

bron: Wikipedia